Bootcamp studenten Master in de Erfgoedstudies UA

Op 14 mei ontving Erfgoedcel Kusterfgoed de studenten van de Master in de erfgoedstudies van de Universiteit Antwerpen. Onder begeleiding van het team van Kusterfgoed gingen de studenten aan de slag met de afgenomen interviews met de jobstudenten en de brochure 'In zee met jobstudenten'. Het resultaat waren drie blogposts, elk toegespitst op een thema uit de brochure.

Hieronder vindt u de blogpost van Eva Burghouwt, Eva Desmet en Amber Vanhove. Veel leesplezier!

Engeltjes of duiveltjes?

Geschiedenis van redders aan de Belgische Kust

De snelle opgang van het kusttoerisme bracht ook nieuwe veiligheidsmaatregelen met zich mee. Vanaf de late 19e eeuw werden de reddingsdiensten eerst lokaal geregeld door de kustgemeenten zelf. In 1982 ontstond de IKWV, ofwel de Intercommunale Kustreddingsdienst West-Vlaanderen. Deze organisatie overkoepelt alle kustgemeenten en zorgt voor de organisatie van de kustreddingsdienst ter bevordering van het toerisme aan de kust; en bestaat ook vandaag nog. In de jaren '90 zagen hun uniformen er wat anders uit dan vandaag.

"Wij hadden trainingpulls en van die oude trainingsbroeken, die altijd nat waren van onder. Je rolde dat dan op, maar dat waren zo’n kleren die dan doorgegeven werden van jaar op jaar. De eerste dag moest je de kleren passen. Dat was nog voor AXA de sponsor was. Ja, dat had wel iets." (Klaas Bogaert)

"Strandredders", Blankenberge, periode 1950-1959, geen rechten bekend.

Plezier en verantwoordelijkheid in één job

Redder aan zee word je niet zomaar. Het is een studentenjob waar plezier en verantwoordelijkheid elkaar ontmoeten. Voor je kan beginnen, moet je slagen voor een theorie- en praktijkexamen en een zeezwemproef. Als dit je lukt, kan je aan de slag aan het water. Veel studenten dromen van deze job, maar het is niet altijd rozengeur en maneschijn. De ene dag heb je je handen vol met verloren gelopen kinderen; en op rustige dagen bij slecht weer sta je in je eentje aan de waterlijn, terwijl andere redders in de redderscabine samen gezelschapsspelletjes spelen.
"Het is niet dat wij niet verantwoordelijk waren, maar er was iets meer nonchalance. Laat ik het zo zeggen." (Klaas Bogaert)

Tijdens de werkuren was het opletten geblazen; wanneer de vlaggen neergehaald werden kon je stoom uitblazen. "We gingen dan met heel onze redderspost naar de Gentse Feesten ‘s avonds en bleven dan met z’n allen slapen op iemands kot. ‘s Ochtends namen we de vroegste trein terug en moesten we lopen, anders gingen we allemaal te laat op ons werk zijn." (Veronika Becuwe)

"Strandreddingsdienst", Blankenberge, 1999, publiek domein.

"Strandreddingsdienst", Blankenberge, 1999, publiek domein.

Het reilen en zeilen van strandredders

Als redder aan de kust had je een groot takenpakket en een nog grotere verantwoordelijkheid. Tijdens de zomermaanden liep het strand goed vol met zonnebaders en zwemmers. Het was de taak van de redders om te zorgen dat iedereen de regels volgde en niet te ver in zee ging. Een groot deel van de dag bestond ook uit het terugvinden van verloren gelopen kinderen. Als redder wist je hoe gevaarlijk de zee kon zijn, maar nietsvermoedende toeristen vaak niet. Gelukkig blijven de grote ongelukken - zoals verdrinking - beperkt.  Voor ze aan de slag konden, moesten de kandidaat-redders slagen op enkele proeven: theorie, knopen, reanimatie en EHBO, ... Deze kennis was een vereiste om er zeker van te zijn dat iedereen veilig was op het strand en in de zee. 

Vrienden van 't zéétje: feesten en vriendschap

Redder worden, is kiezen voor een studentenjob met veel sociaal contact. Je bent een aanspreekpunt voor zowel toeristen als bewoners, maar ook voor andere reddingsposten. Tussen redders ontstaat een nauwe band. Je spendeert een hele zomer samen aan het strand, om vervolgens elkaar soms een heel schooljaar niet meer te zien. Deze gezellige groepen jongeren deden veel activiteiten samen, zoals barbecueën, uitgaan, ‘fin des saisons’, ...  

"Elke maand werd een maandkalender opgesteld. Dat was van ribbetjes gaan eten, tot een doop, een fakkeltocht, barbecue op het strand, ‘fin de saison’, ..." (Klaas Bogaert)

Als redder maak je wel wat mee. Er werd veel gelachen en gepraat met collega’s, maar je moest er ook voor zorgen dat je altijd paraat stond om in actie te schieten. Deze balans tussen plezier en verantwoordelijkheid zorgde voor het ontstaan van hechte vriendschappen, vaak voor het leven. Sommige van deze vriendengroepen zijn in contact gebleven met elkaar, zelfs tot na hun pensioen.

Een nieuwe start: doop en plagerijen

Als je startte als nieuwe redder, werd je vaak gedoopt om deel te worden van de groep. De doop was vaak een “publieksevenement” en bestond uit extreme uitdagingen, zoals in een kuil met slachtafval en visresten kruipen. Het ritueel schepte een band tussen de redders. 

Ook de onderlinge "plagerijen" versterkten de vriendschap. "Minetten" gaan halen, portefeuilles in diepvriezers verstoppen, of midden in de zee gedropt worden... Het hoorde er allemaal bij! 

Ook tussen de verschillende reddingsposten was er sprake van gezonde concurrentie onderling. "Ik herinner mij ook nog als er zoiets gebeurde dat het een race was van de ene post tegen de andere om daar naartoe te varen, om daar als eerste aan te komen." (Veronika Becuwe). Alle posten probeerden zo hard mogelijk te varen. Door hoge brandstofprijzen werd dit namelijk beperkt. 

"Redders in Blankenberge", Blankenberge, CC BY 4.0.

Heldinnen van de kust

De eerste vrouwelijke redder aan de kust was er pas in 1969. Dit was Josette Vermout in Nieuwpoort. Vrouwen hadden het niet gemakkelijk in een job omringd door veel mannen. Ze werden vaak harder getest en gedoopt, om te bewijzen dat ze hun "mannetje" wel konden staan. 

Tijdens de jaren 1990 was Veronika de enige vrouw tussen allemaal mannelijke ‘anciens’ op het strand van Sint-Idesbald. Haar eerste jaar werd ze enorm getest en geplaagd door haar collega’s, omdat ze een meisje was. Tijdens de vaarritten op de boot mocht ze niet sturen, maar moest ze vooraan op de boot zitten (waar ze de hardste klappen van de golven opving). Ze kwam vaak bont en blauw terug naar huis, door de blauwe plekken die ze hierdoor opliep. Gelukkig was Veronika niet af te schrikken en durfde ze van zich af te bijten. Ze liet zich niet intimideren. Op het einde van een van haar eerste werkdagen in de zomer van 1993 zei de postoverste tegen haar: "Proficiat, je hebt uw mannetje goed gestaan. Met u durf ik een wilde zee op. Er zijn veel meisjes die dat niet gedurfd zouden hebben."

"Reddingsdienst De Haan", De Haan, 1990, CC BY 4.0.