Bolletjes scheppen met zicht op zee: de ideale vakantiejob - Blogpost studenten UA

Bootcamp studenten Master in de Erfgoedstudies UA
Op 14 mei ontving Erfgoedcel Kusterfgoed de studenten van de Master in de erfgoedstudies van de Universiteit Antwerpen. Onder begeleiding van het team van Kusterfgoed gingen de studenten aan de slag met de afgenomen interviews met de jobstudenten en de brochure 'In zee met jobstudenten'. Het resultaat waren drie blogposts, elk toegespitst op een thema uit de brochure.
Hieronder vindt u de blogpost van Emilie Bernard, Kaat Van Son en Katja Van Gaal. Veel leesplezier!
Bolletjes scheppen met zicht op zee: de ideale vakantiejob
De komst van horecazaken aan de kust is onlosmakelijk verbonden met de opkomst van het kusttoerisme. Hotels en restaurants werden initieel uitgebaat door zelfstandigen en waren vaak een familiezaak. De democratisering van het onderwijs zorgde voor meer schoolgaande jeugd én voor meer studentenjobs. Uitbaters zagen de kans om goedkope werkkrachten te ronselen, terwijl de studenten op die manier een aardig zakcentje verdienden. Een win-win situatie. Er zijn talloze manieren om als jobstudent aan de slag te gaan aan de kust: als redder, als winkelier, als animator, als bouleverkoper, of in een tearoom. Bij die laatste worden er aan de lopende band wafels, pannenkoeken en ijs verkocht. Vertoeven tussen al dat lekkers op de zeedijk is de crème de la crème van de studentenjobs.

"Foto van Erwin die ijs verkoopt op het strand begin de jaren 1990", Blankenberge, periode 1990-1999, geen rechten bekend.
De 'Crèmebak'
Het woord ‘crèmebak’ hoor je wel vaker aan de kust, maar wat betekent het voor jobstudenten? De term ‘crèmebak’ verwijst naar een zaak waar passanten een lekkere bol ijs konden kopen, dikwijls verbonden met een crèmerie, ook wel een ijssalon of glacier genoemd. Hoewel vele dagjestoeristen een frigobox meebrachten naar de kust, hadden velen toch zin in een verfrissend ijsje. En dat al zeker om de hitte te trotseren. Voor studenten daarentegen is de ‘crèmebak’ hard werken in een kleine ruimte die nogal warm kon worden in dikwijls hectische omstandigheden. Werken in de horeca is niet altijd evident; de werkdruk is hoog, de uren zijn onregelmatig en klanten zijn vaak veeleisend. Toch kiezen veel jongeren ervoor. Het werk is seizoensgebonden en dikwijls goed betaald. Tegelijkertijd kan je ook nog genieten van de zeelucht.
David heeft zijn eerste werkervaring opgedaan in de ‘crèmebak’. Hij is er als vijftienjarige ingerold zonder enige ervaring. Gelukkig was het werk sociaal en dynamisch. Daarnaast mocht hij zo veel ijs eten als hij wou. Hoewel het soms vervelend was om te moeten werken als anderen vrijaf hadden en plezier maakten, heeft hij veel leuke ervaringen opgedaan aan de kust. In de voormiddag was er tijd om te surfen en in de avond kon hij een stapje in de wereld zetten. Verder vertelt David dat hij, zelfs al werd hij gepromoveerd tot
‘oppperijsmeester’, nooit een deel was van de zaak.
In tegenstelling tot David is Sabine dan weer één met de zaak waar ze werkt. Ze begint op haar veertien te werken in een crèmerie en draaide samen met haar werkgever het ijs en bediende de klanten. Het ijs werd achter in het salon gemaakt en nadien in bakken gedaan om verkocht te worden. Naast ijs werden er ook wafels en pannenkoeken gemaakt. De crèmerie bleef lang open ‘s avonds. Een echt vast sluitingsuur was er niet. Ze bleven ijs scheppen tot er geen klanten meer waren om te bedienen. De sfeer zat goed. ‘s Avonds na het werk gingen ze vaak samen iets leuks doen, zoals rolschaatsen, minigolfen of een milkshake drinken.

"Foto van het terras van een tearoom in de Leopoldstraat", Blankenberge, periode 1990-1999, geen rechten bekend.
Werken, werken, werken, maar ook plezier maken
Ondanks de hoge werkdruk was er ook ruimte voor plezier. Werkgever Viviane Huygebaert hield de sfeer erin: "Soms, als de stress hoog opliep, grapte ik: 'Ding dong, vanaf nu zijn de wafels met slagroom 20 frank duurder!' Dan lachten ze en viel de spanning weg." Dennis Bouwens, eigenaar van “Louis” zette zelf de traditie van Boules de Berlin en ijsjesverkoop verder op het strand van De Haan, maar begon ooit als jobstudent. Hij blikt terug op die periode als intensief, maar bovenal als een bijzonder fijne ervaring. "Ik heb daar mooie herinneringen aan. Je bent buiten op het strand, omringd door mensen die op vakantie zijn. Je hebt een lekker product mee. Dat is toch iets helemaal anders dan binnen in een keuken staan."
Een extra centje
Op zonnige dagen hing er een vakantiesfeer. Als jobstudent was het jouw taak om hen zo goed mogelijk te bedienen, zodat ze het jaar nadien graag terugkwamen. Ook voor de klanten was het aangenaam om telkens dezelfde jobstudenten terug te zien, die herkenbaarheid zorgde voor een gevoel van vertrouwen. Het zijn dan ook zij die het imago van de zaak uitdragen. En wie net dat tikkeltje extra vriendelijkheid toonde of een grapje maakte, mocht vaak rekenen op een fooi. En dat kon hoog oplopen, want je wist nooit hoe gul de klant kon zijn. Dit motiveerde jobstudenten in de zaal om hun beste beentje voor te zetten. Het extra zakcentje werd al dan niet verdeeld onder de andere collega’s van de bar en de keuken, afhankelijk van de sfeer en de collegialiteit.
Zicht op zee
Buiten hun ervaring met het scheppen van ijs, delen Dennis, David en Sabine de mening dat een horecajob aan de kust niet vergelijkbaar is met een job in de stad. De uitgelaten sfeer en het bruisende toerisme vind je nergens anders. Dat geldt ook voor het onbetaalbare decor waarin de crèmebakken zich bevonden. De klinkende woorden van David beschrijven het goed: "Je zag de zee. Je zag het strand. Dat is mij altijd bijgebleven. Dat is het grote verschil met een job in het binnenland."

"Louis Bouwens doet zijn ronde met z'n ambachtelijke Boules de Berlin op het strand", De Haan, CC BY 4.0.