AmuZEEment - Blogpost studenten UA

Bootcamp studenten Master in de Erfgoedstudies UA
Op 14 mei ontving Erfgoedcel Kusterfgoed de studenten van de Master in de erfgoedstudies van de Universiteit Antwerpen. Onder begeleiding van het team van Kusterfgoed gingen de studenten aan de slag met de afgenomen interviews met de jobstudenten en de brochure 'In zee met jobstudenten'. Het resultaat waren drie blogposts, elk toegespitst op een thema uit de brochure.
Hieronder vindt u de blogpost van Myrthe Baert, Mona Schockaert en Matthias Bolata. Veel leesplezier!
AmuZEEment - Billenkarren en strandspelen
Van zodra het zomerweer eraan komt in België, stroomt de kust vol met toeristen die op zoek zijn naar ontspanning en frisse zeelucht. Eind de jaren 50 kreeg het kusttoerisme een boost. Na de oorlog verbeterde de welvaart, waardoor mensen uit alle lagen van de bevolking op vakantie konden gaan naar zee. De bloei van het kusttoerisme ging ook gepaard met een toenemende groei in de entertainmentindustrie. Het aantal hotels, cafés en strandattracties nam snel toe langs de Belgische kustlijn. Daardoor was er in zomerperiodes ook nood aan extra werkkrachten, zoals jobstudenten.

"Topdag op de zeedijk t.h.v. de Albert I-Promenade", Oostende, geen rechten bekend.

"Op de billenkar in Westende-Bad", Middelkerke, CC BY 4.0.
Billenkarren
Ronny was één van vele jobstudenten die in de jaren '70 en '80 aan de kust. Hij begon als billenkarrenverhuurder in Oostende. Billenkarren of gocarts, waren een erg populaire vorm van entertainment aan de kust. Dit iconisch onderdeel van het Belgische kusttoerisme wordt vaak beschouwd als een stukje levend erfgoed. Hoewel het concept vermoedelijk uit Amerika afkomstig is, werd de eerste Belgische versie in 1927 in Brugge gebouwd. Aanvankelijk dienden de kustrijwielen vooral als praktisch vervoermiddel tussen badplaatsen. De naam ‘billenkar’ komt van het opwaaien van de rokken van de dames wanneer ze de billenkar gebruikten. Pas later kregen ze hun uitgesproken recreatieve functie. De karren, vaak met meerdere zitplaatsen in tandem of naast elkaar, boden gezinnen en vriendengroepen een laagdrempelige vorm van plezier. Vandaag blijft de billenkar onmiskenbaar aanwezig in de kuststeden: momenteel zijn er nog een 50-tal verhuurders.
Strandspelen
Ook bedrijven zagen in de zomerdrukte een kans voor een slimme marketingstrategie. Het bedrijf ANCO, een deegwarenbedrijf, organiseerde strandspelen als ludieke reclame. Wie wilde deelnemen aan spelen zoals zaklopen of een schattenjacht, moest een pakje macaroni van ANCO tonen als toegangsticket. Wanneer we vandaag aan ‘strandspelen’ denken, denken we ook aan de papieren bloemetjes die verkocht, of aan de forten die gebouwd worden.
In de jaren ‘70 was er een meer georganiseerde vorm van spel. Die werden op touw gezet door Anco. De activiteiten die aangeboden werden waren ballonwedstrijden, schattenjachten voor de jongere kinderen en zakloopwedstrijden voor de oudere kinderen.
Patrick was in die tijd 18 jaar en had net zijn rijbewijs behaald. Hij mocht van badstad naar badstad rondrijden met een "camionnetje” van ANCO, volgeladen met materiaal voor de strandspelen. Daar zette hij samen met andere jobstudenten elke ochtend een parcours op om de zakkenlopen en schattenjacht te organiseren en te begeleiden.

"Strandspelen op het strand van Westende-Bad", Middelkerke, periode 1919-1939, CC BY 4.0.

"Hoogspringen op het strand van Westende-Bad ter hoogte van de Meeuwenlaan", Middelkerke, periode 1919-1939, CC BY 4.0.
De jobstudenten
Aan de kust heerst er een leuke vakantiesfeer onder de toeristen. Mensen zijn vrolijk en dat reflecteert ook op de werksfeer onder de jobstudenten. De verhuur van billenkarren en het organiseren van stadspelen zijn allebei bedoeld om kinderen en volwassenen een fijne tijd te bezorgen. Patrick zegt daarover: "Die vrijheid op het strand kan je niet vergelijken. Als je in een café zit, dan zit je op een paar vierkante meter. Op het strand heb je de vrijheid om te kijken en te doen en te laten wat je wil. Dat vond ik wel typisch aan mijn zomerjob... De zee, het water en het strand. Als kustmens natuurlijk."
Ook bij de verhuur van billenkarren hing een ontspannen sfeer. Jongeren stonden paraat wanneer het mooi weer werd. De nonchalante sfeer van het strandwerk had zijn charmes. Zowel Ronny als Patrick geven aan dat ze wel aandacht kregen van vrouwelijke klanten: "Het was een snikhete dag en we waren daar met een paar jonge gasten, die billenkarren verhuurden. We werden nogal omsingeld door meisjes." Op vrije momenten werd er wel eens geflirt met meisjes die langskwamen. In het interview nuanceert Patrick lachend: "Hoewel, ik moet zeggen dat we zoveel werk hadden dat we niet zoveel tijd hadden om rond te kijken." Toch was er een gevoel van vrijheid. Jongeren namen initiatief, werkten in de buitenlucht en leerden elkaar goed kennen. Patrick beaamt: "Dat was vrijheid, blijheid… De jaren ‘60, ‘70."
De werkgevers en werksfeer
Maar niet alles was "vrijheid, blijheid"... Uit de verhalen van Ronny en Patrick kunnen we ook afleiden dat er een verschil was tussen werkgevers en dat dit ook een invloed had op de werksfeer en ervaringen van jobstudenten.
Bij kleinere verhuurfirma’s was alles nogal informeel geregeld. In de paasvakantie werkte men zonder contract herinnert Ronny zich: "Alle weekends dat het mooi weer was, kwamen ze aan je deur bellen om te vragen: 'Ze geven morgen mooi weer, als je goesting hebt mag je een dagje komen billenkarren verhuren.'" In de zomer kreeg je "officiële" contracten, waar op een creatieve manier mee werd omgegaan. Ronny vertelt over zijn baas: “Hij maakte een contract op van 1 juli, maar schreef er dan een 5 achter: 15 juli. Als die periode voorbij was, scheurde hij het en maakte een nieuw contract vanaf 1 augustus.” Zo kon een student twee maanden werken zonder de wettelijke maximumtermijn te overschrijden. Controle was er in die tijd nauwelijks. Bij grote bedrijven, zoals ANCO, was de organisatie strikter geregeld en was er minder ruimte voor flexibiliteit. ANCO leverde officiële contracten, duidelijke opdrachten en een vast dagritme.
Ook de verloning van jobstudenten werd anders geregeld. De iets lagere lonen konden soms aangevuld worden met fooien, het zogenaamde 'drinkgeld'. Bij de grotere bedrijven lag het loon van de jobstudenten vaak vast. De verloning was niet altijd evenredig met het fysiek zware werk dat moest verricht worden. Patrick vertelt: "In het zand wandelen met materiaal is echt afzien." De jobstudenten moesten heel vroeg opstaan en ook tot laat ‘s avonds doorwerken. Zij moesten elke dag het parcours en de billenkaren opstellen en nadien terug opruimen, dus vaak duurde de werkdag een lange twaalf uur. Ronny herinnert zich: "Dat was dus 7 dagen op 7 open uiteraard, van ‘s ochtends 09 uur tot het donker was (zomer tot 23u) want de billenkarren hadden geen verlichting." Ook Patrick vertelt dat de jobstudenten, nadat de toeristen het strand verlieten, nog veel opruimwerk hadden: "Dan moest dus het volledige parcours terug in de auto en dan moest van bv. De Panne terugrijden."
Work hard, play hard
Hoewel de jobstudenten zwaar werkten, beleefden ze ook het nodige plezier. Er werd vaak de hele zomer samengewerkt in een "vaste equipe" en na verloop van tijd ontstond er ook een band die soms langer standhield dan enkel die zomer: "Dat heeft wel een band geschapen. Want wij waren eigenlijk - van ‘s morgens tot ‘s avonds - altijd bij elkaar." Veel jobstudenten houden warme herinneringen over aan hun tijd als jobstudent aan de kust. Wanneer ze erover vertellen, blijven de anekdotes over onverwachte ontmoetingen of grappige situaties maar komen. Patrick herinnert zich bijvoorbeeld nog dat hij moest rondrijden met de bus van ANCO: "De bussen waren in het geel geschilderd en op een gegeven moment was er een plaag van lieveheersbeestjes. Ik herinner me het nog zeer goed, het was in Heist. De volledige bus zat vol.. Ik zeg vol, maar volledig vol. Echt waar."