oostende de haan blankenberge

Nabij & Verbonden

Met trots presenteren de erfgoedcellen en, voor de kunststeden, de erfgoedcoördinatoren het eindrapport van hun visietraject. De titel van dit rapport 'Nabij en verbonden' vat kernachtig samen waar zij en hun lokale besturen voor willen staan en gaan.

In 2015 bestond het instrument van de erfgoedcellen vijftien jaar. Dit vormde een mooie aanleiding om stil te staan bij de afgelegde weg. Maar ook om vooruit te blikken. Want de toekomst ziet er uitdagend uit met enkele belangrijke dossiers die op de lokale besturen, de erfgoedcellen en stedelijke erfgoedcoördinatoren afkomen. Denk aan de lopende denkoefeningen rond de conceptnota cultureel erfgoed, het regionaal cultuurbeleid en intergemeentelijke samenwerking.

Een participatief traject

Het doel van dit traject was om de bestaande erfgoedcelwerking kritisch te bevragen. Waar ligt de relevantie van deze werking voor het lokale en Vlaamse beleid en de hele cultureel-erfgoedsector? Waar is er nog groeipotentieel? In hun zoektocht naar antwoorden hebben de erfgoedcellen, de stedelijke erfgoedcoördinatoren en FARO een participatief traject doorlopen. Zo’n 150 personen zijn het voorbije jaar bevraagd. De resultaten en inzichten hebben de erfgoedcellen, erfgoedcoördinatoren en FARO uitgeschreven in een eindrapport. Dit rapport is dan nog eens onderschreven door liefst 250 lokale beleidsmakers, beleidsambtenaren en erfgoed(cel)medewerkers.

Verbinding

Het traject hielp erfgoedcellen, stedelijke erfgoedcoördinatoren en de betrokken lokale besturen om scherp te stellen waarin de kracht ligt van een erfgoedcelwerking. En die ligt onder meer in de netwerk- en verbindingsrol. Erfgoedcellen en -coördinatoren hebben een helikopterperspectief over een hele regio of stad. Dit stelt hen goed in staat om samenwerking, uitwisseling en afstemming te zoeken en te stimuleren. En dit allemaal met het oog op een betere zorg voor en ontsluiting van lokaal cultureel erfgoed. Ook met aangrenzende sectoren en domeinen zoeken de erfgoedcellen en -coördinatoren de samenwerking op. Meer nog: zij willen in de toekomst meer samenwerken met deze andere domeinen. Zo willen zij de lokale erfgoedwerking blijvend dynamiseren en experimenten op touw zetten die ook relevant zijn voor de hele cultureel-erfgoedsector.

Het belang van nabijheid

Erfgoedcellen en -coördinatoren fungeren als eerste aanspreekpunt voor het lokale erfgoedveld. Zij zijn heel aanspreekbaar en nabij, wat eveneens een grote troef blijkt. Tegelijk onderhouden zij nauwe contacten met heel wat bovenlokale erfgoedspelers. Geregeld krijgen zij vragen van deze bovenlokale spelers om mee te werken aan een project of om hun lokale erfgoedveld warm te maken voor een bepaalde thematiek. Zo zorgen erfgoedcellen en -coördinatoren er ook voor dat nieuwe, vaak internationaal geïnspireerde ideeën en tendensen lokaal wortel kunnen schieten. Dit toont de relevantie en flexibiliteit aan van de erfgoedcelwerking. Daartegenover staat dat de inzetbaarheid van de erfgoedcellen en -coördinatoren niet oneindig is. Voor een aantal thema’s zijn zij daarom vragende partij voor meer afstemming en betere taakafspraken. In het bijzonder gaat het om religieus erfgoed, depotbeleid en digitale infrastructuur.

Organisatorische en bestuurlijke uitdagingen

Naast deze meer erfgoedspecifieke vragen en ambities, is tijdens het traject uitgebreid stilgestaan bij de organisatorische kant van de erfgoedcelwerking. Zo is binnen de kunststeden de formule van de beleidsprioriteiten cultureel erfgoed relevant, al blijft het zoeken naar een evenwicht tussen lokale autonomie en Vlaamse sturing. Ook het instrument van de cultureel-erfgoedconvenants kan nog steeds op veel waardering rekenen. Wel zijn enkele modaliteiten om convenanten goed te keuren en te subsidiëren aan herziening toe. Het rapport bevat daarvoor een aantal suggesties.

Een ander aandachtspunt is intergemeentelijk samenwerken. Intergemeentelijke samenwerking rond cultureel erfgoed wordt vaak naar voren geschoven als een goed voorbeeld. Maar dit samenwerken is niet altijd en overal vanzelfsprekend. Sommige erfgoedcellen en bestuurders ervaren knelpunten op het vlak van stakeholdersmanagement of informatiedoorstroming naar de gemeentebesturen. Of zij moeten relatief veel energie steken in personeelsadministratie en het op punt stellen van de interne werking. Er is een duidelijke behoefte aan meer kennisopbouw en -deling rond intergemeentelijk samenwerken. Hier ligt een rol voor de betrokken steunpunten, belangenorganisaties en administraties.

De blik vooruit

Uit het visietraject bleek nog maar eens dat de erfgoedcellen en -coördinatoren op veel waardering kunnen rekenen. Toch zitten zij in de hoek waar zwaar is bespaard. De voorbije jaren hebben zij zo’n 15 tot 20 procent moeten besparen, terwijl de verwachtingen vanuit het veld en het beleid alleen maar zijn toegenomen. Enkele sterke punten van de erfgoedcelwerkingen komen zo onder druk te staan. De erfgoedcellen, erfgoedcoördinatoren en betrokken lokale besturen wensen daarom dat de Vlaamse overheid opnieuw investeert in de convenanten/beleidsprioriteiten en zo opnieuw zuurstof geeft aan de erfgoedcelwerking.

U kunt de nota hier raadplegen. Een managementsamenvatting met de belangrijkste conclusies en vragen vindt u op p. 5.